donderdag 2 juli 2015

Onthaast eilanden ( 29 en 30 juni)

Uit één van de pilots halen we de tip om de Isles des Glenan te bezoeken. Een zevental eilanden voor de kust van Concarneau, die nog bijna als onontdekt kunnen worden beschouwd en waar het goed toeven is. Het laatste klopt zeker, maar het eerste is niet helemaal waar. Er varen tig keer per dag  toeristen-dagjesboten af en aan op één van de eilandjes er liggen in totaal zeker 80 moorings her en der verspreid over de eilandengroep. Het is nog vroeg in het zomerseizoen (voor de Fransen) en daardoor is het nog niet zo druk. We luieren, varen rond met de dinghy, lezen en ik zwem in het water van nog geen 18 grd. Tja, het duurt even voordat ik door ben, maar dan is het erg lekker. Ik kan het alleen niet zo heel lang volhouden L

Quimper ( 28 juni)

Met de stroom mee varen we de rivier op tot de allerlaatste mooring. Daar laten we de Bai Sait achter en gaan we verder met ons dinghy (bijbootje) naar Quimper. Het is zondag en zoals we nu weten, zijn de Franse straten dan uitgestorven. Dimanche is de familiedag bij uitstek: aan de oevers van de rivier worden hier en daar gezellige (familie) feestjes gehouden. Zelfs diverse restaurants in Quimper sluiten al om 15.00 uur hun deuren. Graag hadden we de 13de eeuwse kathedraal Saint Corentin willen bezoeken, maar er is een dienst gaande. 

Rivier de Odet ( 27 juni)

Het vroege opstaan wordt rijkelijk beloond met een schitterend uitzicht op de kust: prachtige zandstranden met veel groen ertussen. De zon doet zo z’n best, dat we het gevoel hebben dat we op een barbecue liggen. We zetten de bimini (zonnetent) op om enigszins beschutting te hebben. Aan ’t eind van de middag varen we de rivier de Odet op, tussen Benodet en Saint Marine. De oh’s en ah’s zijn niet van de lucht. s’Avonds slenteren we over de boulevard en genieten van al ’t moois om ons heen.


Een eigen terras op het achterdek.

De 24 uur van l'Aber Wrach

Vierentwintig uur van l’Aber Wrach
Na een kort nachtje worden we s’morgens door de havenmeester wakker gemaakt. Het is grijs buiten, het motregent. We maken een route planning voor de komende dagen en halen weerkaartjes op . Dit duurt zomaar 2 a 3 uur met trage Wifi verbinding. Ondanks het grijze wolkendek loop ik te stralen over het haventerrein. Wat zijn we toch een stelletje bofkonten, dat we dit mogen meemaken.
s’Middags lijkt het zonnetje z’n best te willen doen, maar tegen 5 uur borrelen we noodgedwongen onder de buiskap. Op tijd naar bed, want we willen met het tij de Raz du Seine door (we vertrekken midden in de nacht). Dit is een stukje zeer woelige zee, die de poort is voor de Golf van Biskaje. Het water van de Atlantische Oceaan botst hier tegen een uitstekende rotspunt. Doordat de terugkaatsende golven in botsing komen met de aankomende golven ontstaat er een onrustig golfpatroon en grondzeeën.  Als dan de wind nog tegengesteld is aan de getijstroming, moet je zorgen dat je dit stukje zee vooral vermijd (dus omvaren langs eilandjes, die daar liggen voor de kust). Gelukkig is de wind erg rustig en is het hoogstens wat oncomfortabel te noemen.

We geven elkaar een hug op het bereiken van de Golf van Biskaje. 

Zon, zon en nog eens zon ..... maar geen wind (24 en 25 juni)

Zon, zon en nog eens zon  ....  maar geen wind (24 en 25 juni)
Na een heerlijke genietdag verlaten we Guernsey via de oostzijde van het eiland. Vanaf nu hebben we een nieuw vaargebied voor ons. Wat een schitterend uitzicht, echt prachtig. De eerste shot gefilmd met de net aangeschafte Go Pro, maar het resultaat is nog niet publiceer-baar. Het is de eerste dag dat ik in bikini op het voordek zou kunnen gaan liggen. Maar ook al is het zeer rustig op zee, ik blijf liever in de veilige kuip. Door onnauwkeurig insmeren met factor 50 ontstaat er een s’ávonds een nieuw soort Mondriaan op m’n buik en onderarmen.
Als ik mij in de avond staat om te kleden in de achterhut, geeft Nico een kreet. Nog half m’n t-shirt over m’n hoofd heen trekkend, ren ik aan dek en zie nog net 2 keer een dolfijn langszij springen. Het blijft iedere keer weer mooi om te zien. Omdat niet alleen de dolfijn op film staat, maar ook mijn borstjes in vol ornaat, moeten jullie nog wachten op beeldmateriaal van een volgend flipper bezoek J

s’Nachts lopen we l’Aber Wrach aan, een klein plaatsje vlak boven Brest.

Eindelijk het vakantiegevoel

Op Guernsey hebben we een prachtige zonnige dag en doen voor het eerst in zoveel weken eigenlijk heel weinig. We rommelen wat aan boord, drinken een kopje koffie/thee of een zonnig terras, lunchen daar ook ergens, slenteren door de winkelstraatjes (Nico laat z’n haar knippen), lounchen weer uitgebreid bij de Yachtclub Guernsey met schitterend uitzicht op zee en vervolgens eten we bij een tentje aan de haven.
Eindelijk lijken we los te kunnen komen van de dagelijkse beslommeringen en gaat het tempo automatisch een tandje lager. Het genieten begint nu pas goed.

Een krasse Guernseyaanse man

Op weg naar de bakery liep ik langs een kademuur. Een wat oudere man, 68 – 72 jaar, gekleed in ruitjes korte broek, blauw Oxford poloshirt en een mannensjaaltje, was bezig om langs de smalle ijzeren trap van zo’n 20 m. omhoog te klimmen. Het was eb en het water stond laag, zo’n 15 m. onder de kademuur. Ik bleef even staan kijken, omdat hij nog enkele lijnen bij zich had. Bovenaan gekomen begon hij de lijnen over elkaar heen te leggen en met een ingewikkelde constructie naar beneden te leiden. Ik begroette de man en vroeg hoe hij de lijnen knoopte en rangschikte. Met deze lijnen kon hij zijn bijbootje vanaf onderaan de trap mee naar zich toehalen, waarmee hij naar zijn zeilbootje, die even verderop n de haven lag, kon roeien. Hij had er een nachtje op geslapen, omdat hij het onderwaterschip had schoongemaakt. Zijn bootje valt bij eb droog en wordt dan ondersteund door palen. Als je dan in de blubber gaat staan, kan je de pokken van de kiel en het onderwaterschip afhalen. Maar daarvoor sta je dan wel  in zeewater van 13,47 grd C, want het blijft slechts een klein uurtje echt laag water en dan stijgt het weer. Een echte stijlvolle krasse Englishman.

Hij toetste of ik wat ik van zijn mooie eiland wist en ook al bezocht had. Daarna namen we vriendelijk afscheid.Een krasse